De Pamir Highway in Tajikistan

We hebben een hoofdstad in Tajikistan, maar nog geen naam. Iemand een lumineuze ingeving? Laten we het naar de marktdag noemen. Dushanbe betekent dus maandag en op die dag was er altijd een bazaar.

De stad is eigenlijk niet zoveel, maar door al het groen is het er stukken beter toeven dan bijvoorbeeld Tashkent. En er staat een giga-vlag (dan nog de tweede ter wereld, want de Saudi’s hebben in Jeddah blijkbaar het nieuwe record – dat maakt die in Baku de derde grootste).

Kourotob of Qurutob

De vega-specialiteit van Tajikistan is kourotob (qurutob of kurutob kunnen ook) en dat moeten we uiteraard proberen.

De specialist lijkt gesloten te zijn, maar bij het binnenlopen stuiten we op een oude dame. Die weet wel waar we voor komen. Even later staat er een groot bord qurutob voor onze neus. Het enige wat ze serveren hier. En ja, de lauwwarme yoghurt-achtige massa met ui, stukken brood (Centraal-Aziatische non), tomaat, komkommer en een berg verse kruiden is erg lekker.

De Pamir Highway (M41) naar Khorog

Het eerste stuk van de M41 is niet zo heel speciaal, maar na de Shurabad-pas wordt het duidelijk waarom deze route zo epic is. Aan de andere kant van de rivier ligt Afghanistan. Heel dichtbij dus.

(tekst gaat verder onder foto)

De Pamir Highway naar Khorog, Tajikistan
De Pamir Highway

We overnachten in Kalai-Khum. En laat daar nou net ’s avonds kinderdisco zijn met live-muziek. De oudere meisjes proberen nog wat pasjes te doen, de rest van de kinderen rent achter elkaar aan. Onder de jongetjes is het vooral een ordinaire schoppartij. Je ziet regelmatig een schoen door de lucht vliegen.

Er zijn ook wat kinderen geïnteresseerd in die buitenlanders. Onder leiding van een goed Engels sprekend meisje wordt de ene vraag na de andere op ons afgevuurd.

Om 22 uur is het feest afgelopen en de politie veegt binnen mum van tijd het plein schoon.

Watermeloenen

Onze chauf moet even wat watermeloenen (niet te missen in Tajikistan, overal zie je ze) afdroppen bij z’n familie in Vanj, dus we maken een kleine detour. Inclusief lunch. En wat voor één. We worden als koningen onthaald, drinken thee uit het luxe servies en mogen vooral niet te weinig eten. En eigenlijk moeten we ook blijven slapen.

Zoonlief gaat tukken en z’n pa brengt ons naar Khorog in zijn jeep. Eerst moet er getankt worden en dat kan bij de plaatselijke bouwkeet. Daar gaat de benzine per emmer.

(tekst gaat verder onder foto)

Tankstation nabij de M41, Tajikistan
Tankstation nabij de M41

Bij het passeren van soldaten doet pa alsof-ie schiet; peng-peng-peng met z’n duim en wijsvinger. En bij het passeren van een kennis wordt de halve lading van de fiets afgeropt. Even voor de lol, en de show.

Bulunkul

Vanuit Khorog gaan we verder de Pamir Highway op. Nu met een Landcruiser richting Bulunkul.

Een dorp middenin de droogte en op ruim 3.000 meter. Het ademt de sfeer en verlatenheid van Tibet en Mongolië. De nederzetting heeft als kouderecord -63℃ en de paar huizen grenzen aan wat groen vlakbij een meer. Een plek waar hun vee kan grazen. Er is één niet te missen shop in het dorp, vlakbij een Lada wrak ligt een hoop koeienpoten, kinderen vissen in het beekje, en elke avond wordt er gevolleybald.

Wij blijven twee nachten en elke avond komt de huiseigenaar vragen of we het niet te koud hebben. Dit doet-ie met een goede ‘brrrrrrrr’ en een bibberend hoofd. Maar zo koud is het nu echt niet.

De Wakhan Valley

Vanaf de hoogte dalen we af richting de groene Wakhan Valley. Hier doemt de grens met Afghanistan ook weer op, aan de overkant zien we een klassieke karavaan met kamelen lopen. In het dorp Langar lopen we rond en voelen ons bijna een soort Indiana Jones als we een Ismaïlistische tempel binnenlopen. Overal schedels en hoorns van ibexen; zowel op de muren als hele stapels weer dieper in het complex.

De rust na de wandeling bij onze homestay wordt bruut verstoord als er een enthousiaste mevrouw van middelbare leeftijd in praktische outfit met fuchsia accenten voor onze neus staat. Ze is met een groep Zwitsers aan het reizen en ze slapen ook in de homestay.

Ze ontpoppen ze zich als een groepje Cliniclowns en delen ballonnen uit aan de 3 kinderen van het huis. Daarna worden we geconfronteerd met de Kelly family vermomd als een groep Zwitserse wandelaars. Compleet met gitaar, mondharmonica en een paar valse stemmen. Sommigen zingen zelfs met hun ogen dicht, maar beter klinkt het daardoor niet. Dan zetten ze één van de kampvuurklassiekers in; Country Roads waar ze als leuke twist Pamir Roads in verwerken. Meerstemmig.

Petrogliefen

De dag begint vroeg in Langar, we lopen via petrogliefen naar naastgelegen dorp Zong. De gids rent de steile berg op en wij buffelen er maar wat achteraan (we vermoeden dat z’n Engels bar slecht is en geen zin heeft in conversatie). Helaas kunnen we de echte petrogliefen niet ontdekken tussen alle lollige neppers. Het pad naar Zong biedt wel een prachtig uitzicht over de Wakhan Valley.

(tekst gaat verder onder foto)

Petroglief
Petroglief

We moeten nog één keer omhoog voor de Buddhistische Stupa. Daarna mogen we in de Bibi Fatima hotsprings. Die zijn gescheiden in Tajikistan en je gaat er met de blote kont in. Ik zit gezellig tussen de moekes en meisjes binnen, de mannen zitten buiten.

Thee, nootjes en boekweit

Bij de homestay krijgen we het beproefde recept; een laag tafeltje met een grote kan heet water, een potje groene thee, watermeloen en bakjes met snoep, noten en gedroogd fruit. We vouwen ons er maar weer naast en lurken aan de thee.

Elke avond is het eten een verassing. De grove groentesoep (shorpo) is tot nu toe favoriet. Bij deze homestay blijft het bij een bord boekweit met lente-ui. Meer niet. Niet echt lekker. Wel heel voedzaam denken we. Gelukkig hebben we genoeg gedroogd fruit.

De Pamir Highway naar Osh

Zondag is een absolute rustdag in Tajikistan (een oud Sovjet gebruik), en is er geen openbaar vervoer. Met hulp van de familie van ons guesthouse vinden we toch een auto richting Murgab. Met een nogal vermoeide chauffeur. Na wat geknikkebol manen we hem tot stoppen en kopen voedsel met suiker voor hem. Hij laat zich gewillig volproppen.

Murgab is de plek waar de Pamir Higway reizigers uit Osh (Kyrgyzstan) en Khorog elkaar kruizen en ontmoeten. Voor de rit naar Osh regelen we een Kirgizische chauffeur die instemt met een deal die zowel gunstig als ongunstig voor hem kan uitpakken. Het wordt dat laatste, want hij heeft geen andere meereizende toeristen gevonden.

(tekst gaat verder onder foto)

Landschap van Tajikistan
Landschap van Tajikistan

Onderweg stoppen we bij Karakul. Een hooggelegen meer met een dorpje ernaast. We drinken thee, maken wat laatste foto’s van Tajikistan (alhoewel in deze regio meer Kirgiezen wonen) en zien vieze kinderen met een injectienaald spelen.

Vanaf het meer is het niet ver rijden naar de grens bij Bodöbö, wel moeten we nog even over een pas van ruim 4.200 meter. Dat hoort er allemaal bij op de M41.

De grens van Tajikistan naar Kyrgyzstan

Nu weten we al wat over het afkopen van de politie in Tajikistan (noem het gerust corruptie: aangehouden worden is 2 Somoni, betrappen ze je op een fout is het 3 Somoni – vandaar dat chauffeurs met stapels 1 en 3 Somoni briefjes rondlopen), maar wat we hier meemaken is van een geheel andere orde.

Bij elk hokje jumpt de chauffeur met onze paspoorten en wat geld de auto uit. Ondertussen zien we een gast met bivakmuts lopen en we vragen ons af hoe de man in het echt eruit ziet.
Even later komt-ie mutsloos buurten. Hij blijkt stukken aardiger te zijn dan de lompe controlepost-types onderweg op de M41 (die beperken zich veelal tot een paar stompen op het reservewiel, een rondje auto, het naar binnensteken van hun hoofd en de vraag waar we vandaan komen).

Bij de Tajikse customs moeten we weer even wachten. De chauffeur is druk bezig met afkopen en wij zitten in de auto. We zien een paar soldaten rondhangen, maar ze hebben iets gevonden om te doen. De één rent een heuvel op en zet daar een blik neer, de ander pakt alvast z’n AK-47 erbij. Hij schiet niet gelijk raak. Iemand anders mag ook met de Kalasjnikov spelen, maar schiet ook mis.

Dan morgen we Tajikistan uit en gaan we via een heel lang en hoog niemandsland naar Kyrgyzstan.
Ook daar krijgen diverse beambten extra zakcenten. En wij mogen de auto uit. Voor Kyrgyzstan hebben we geen visum nodig, maar voor die stempel willen ze toch onze kop zien.

We laten de Allay Valley met Peak Lenin achter ons. Na Sary Tash wordt de Pamir Higway van asfalt en de wereld om ons heen groen met paarden en yurts. We zijn in een ander land en bijna in Osh.

 

 

 

0

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.