De Gobi-woestijn in Mongolië

Mongolië is een enorm land met uitgestrekte vlaktes en weinig inwoners. We reizen door de Gobi-woestijn in het zuiden van het land waar we merken hoe simpel en mooi het leven kan zijn.

Op weg naar de Gobi-woestijn is de eerste obstakel het verlaten van chaotisch UB. De geasfalteerde wegen erna hebben putten en de rest van Mongolië heeft geen asfalt. Ook geen borden trouwens. 

Dan komt de leegte, qua weg en qua landschap. Nog geen woestijn, maar wel enorme vlaktes en ergens in de verte bergen. En kuddes.

In Mongolië wordt een yurts een ger genoemd.

We slapen de hele week in een eigen ger (net zoals een yurt in Kyrgyzstan zo’n rondte tent) met bedden. Die zijn gemaakt van een tafel met daarop een paar veren en doeken. Je ligt dus verdomd stevig. De kachel wordt gevuld met hout en poep (van paarden, schapen of kamelen; prima brandstof). Het kan loeiheet zijn in de ger, maar ook vreselijk koud. De wc is buiten te vinden (soms wel ruim 500 meter lopen); een houten hok met hurkgat. Al dan niet met deur. Of er is helemaal geen toilet. 

Een snack met haren

De ger van de familie zien we pas als we cadeaus geven. Wij geven pennen en schriften (want dat stond in de Lonely Planet). Bij het betreden van de familieger valt meteen de dikke flatscreen tv op. In ruil voor de cadeaus mag je uit de mand met snacks iets pakken. De eerste keer denk ik een koek te pakken te hebben, maar na een hap blijkt het een soort kaas te zijn. Zuur, korrelig, hard en er zitten haren in. 

De dagen erop rijden we verder de Gobi in. Kuddes schapen en paarden krijgen gezelschap van kamelen. Binnen in de bus draait Mongoolse muziek, buiten dansen de vogels mee.
Soms lijkt het net of het landschap van teer is.

Groenten, rijst, pasta & aardappel

Elke dag stoppen we ergens voor de lunch. Onze gids kookt dat op een gaspitje, verscholen achter 1 van de deuren van het busje. Het kan nogal waaien in het vlakke landschap. De lunch is meestal een variatie met groenten, rijst, pasta en aardappel. Of andersom. Het smaakt altijd goed. 

De Gobi is geen woestijn zoals de Sahara. Meer dan een bak zand. Het bestaat uit veel steentjes, droge pollen gras, rotsen, pika’s (soort knaagdieren) en af een toe een verrassing zoals de zandduinen bij Khongoryn Els, de ijs Canyon bij Yolyn Am en de White Mountain. 
Soms is er ook helemaal niks, maar ach het is een woestijn. Het gaat juist om het niets, de stilte en eeuwige ijskoude wind. 

Kudde kamelen in de Gobi.

Na vier dagen mogen we douchen. In een badhuis voor 2000 Tugrug. Mensen die in een ger wonen douchen daar ook. 

Families zijn aan het verhuizen. Van hun zomerplek naar hun winterplek. Het kiezen van de plek lijkt nogal lukraak, het is sowieso midden in de woestijn. Het had net zo goed 100 meter verderop gekund. 

1 kameel per jaar

Wij logeren op de winterplek, maar we eten bij de familie in hun laatste ger op de zomerplek. Hun kamelen staan daar ook nog. Er zijn jonge kamelen bij, 6 maanden oud. Ze slachten 1 kameel per jaar voor eigen gebruik (vlees is een luxe). Bij de familie drinken we thee met kamelenmelk. De oma van de familie zit vanwege de hitte bij de ingang van de ger. We denken dat het de opa is. 

De bus waarmee we rijden wordt met de dag aftandser; eerst gaat de remschijf eraan, vervolgens werkt de achterdeur niet meer (de sluiting moet middenin de woestijn bijgevijld worden) en verliezen we een wieldop. Maar het rijdt.

Onze bus in de Gobi-woestijn, Mongolië
0

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.